Fragmenten uit het boek ‘De
Ziel die haar naam Zelf koos' van Els de Schepper.
www.elsdeschepper.com
We zijn er bijna. Het pad kronkelt uit het zicht. Als we
vlak naast een enorme bergflank lopen en naar links meedraaien
met de bergwand, openbaart zich een nieuw stuk vallei. En
daar staat het! Op een prachtig groen terrein staan zeven
huisjes rond een achthoekig gebouw met puntdak. ‘Yamuna Health
Centre' staat op het bord bij de ingang.
Hoe hebben ze dit in godsnaam voor elkaar gekregen ‘in the
middle of nowhere', flitst het door me heen. Als we het hek
openen en het terrein oplopen zie ik een stroom water in
een betonnen beddinkje in het gras kronkelen. Op de huisjes
staan zonnepanelen. We hebben dus én warm én
stromend water, denk ik blij verrast. Ik had verwacht dat
we het allerprimitiefste zouden vinden. In plaats daarvan
krijgen we elk een hotelkamer mét badkamer op de allerzuiverste
plek op aarde. Guy had ons verteld dat we hier geen last
zouden hebben van vervuiling. Géén auto's,
geen lawaai, geen elektrische straling, veel ongerepte natuur.
Ik sta er met verbazing naar te kijken.
Wow, denk ik bewonderend, wow. Hoe heeft hij dat in ‘s hemelsnaam
gefikst?
We bevinden ons op ongeveer duizend meter boven de zeespiegel
en in de verte zie je de sneeuw op de hoger gelegen bergtoppen
van de Himalaya blinken in de zon.
Dit is hoe God de wereld bedoeld moet hebben, denk ik.
Er is beroering op het einde van het terrein. Guy komt samen
met een aantal Indiërs naar ons toegelopen.
‘Maar hoe is het mogelijk, jullie zijn er al!' roept hij
opgetogen.
Iedereen wordt hartelijk begroet. In de eetkamer, een apart
gebouw op het einde van het terrein krijgen we thee. Iedereen
praat honderduit over zijn indrukken van de reis naar hier.
We maken kennis met Indu, de vrouwelijke manager van het
centrum, en met de rest van de staf. De sfeer is opgetogen.
Iedereen is blij dat we er eindelijk zijn. Als ook de sherpa's
met de koffers arriveren, krijgen we elk onze kamer toegewezen.
De huisjes zijn gebouwd met keurig vierkant gekapte rotsblokken.
Ze zien er gezellig en praktisch uit. Als ik binnenkom is
de kamer koel. Er is geen elektriciteit maar wel een houtkachel
tegen de winterkou. Iedere avond zullen we een elektrisch
gechargeerde lamp krijgen waarmee we als de kabouters van
Sneeuwwitje naar onze huisjes trekken. De kachels worden
dan door de staf tijdens het avondeten aangestoken. Het ziet
er allemaal heel gezellig en aangenaam uit. Minder aangenaam
zijn de spinnen. Dat is het enige waar ik maar niet aan kan
wennen gedurende ons verblijf. Elke avond ga ik op jacht
in de badkamer. De eerste avond als ik binnenkom en me nergens
aan verwacht, schrik ik me een ongeluk. Er zitten wel tien
dikke, zwartharige joekels van spinnen op de badkamerwand.
Ik huiver en pak mijn sloffen. Wat doe ik? Sla ik ze dood,
of jaag ik ze buiten? Ik ben niet getraind als herdershond,
en zeker niet als hoeder van een kudde spinnen. Hoe zou ik
ze met zijn allen uit mijn kamer kunnen zetten? Een na een
bij hun pootjes pakken en buiten sjotten ? Ik vrees dat ik
hun taal niet spreek en zij de mijne niet. Tegen alle spirituele
regels in bega ik een massamoord, maar ik vraag wel beleefd
aan de ontsnapte exemplaren om hun verblijf ergens anders
in te richten. Merkwaardig genoeg is de dagen daarop mijn
badkamer vrijwel spinloos. Ik blijf op mijn hoede, en als
er toch een spin in mijn kamer verdwaalt, rent ze snel weg
voor ‘de verschrikkelijke slof' die ze op zich af ziet komen.
Toch kleed ik me 's nachts van kop tot teen aan en stop de
dekens goed onder de matras, nadat ik ze minutieus heb gecheckt
op allerlei kruipende beestjes.
Afgezien van de spinnen is het centrum een waar paradijs
op aarde. Ieder morgen rond halfzeven u wordt er door een
van de personeelsleden vriendelijk op de deur geklopt. Een
stem roept in gebroken Engels ‘Goodde maning' en wacht op
antwoord. Hier zijn ze allemaal vroeg uit de veren. De zon
is dan nog net niet op en in het schemerdonker loopt iedereen
naar het centraal gebouw: een achthoekig witgepleisterde
tempel met achthoekige ramen, een marmeren vloer en een prachtige
houten dakconstructie. Hier wordt gemediteerd, aan yoga gedaan
en worden de chi-gong-lessen gegeven. Iedere ochtend en avond
voor de maaltijd wordt een van deze disciplines aangeleerd
en ingeoefend. Ieder doet op zijn niveau mee. Niets is verplicht.
De hele reis is er op gericht om je lichaam te ontdoen van
alle aangekoekt vuil dat je binnenin hebt opgestapeld. Doordat
je ‘vervuild' bent komen oude emoties en versleten psychologische
systemen steeds vaster te zitten in je darmen, en je hele
lijf en denken raakt vastgeroest. Met behulp van massages,
kruidenbaden, acupunctuur, lichaamsbeweging en de juiste
voeding wordt je lichaam aangemaand om de vuilnisbelt te
ruimen: zowel lichamelijk als psychisch. De kuur is dus meestal
niet zonder gevolg. Te horen naar wat Guy ons verteld heeft,
is al menig leven drastisch veranderd doordat sommige mensen
opeens de moed en het inzicht krijgen om hun bestaan anders
te gaan inrichten. De naweeën van zo'n Pancha-karmakuur
schijnen een aantal maanden te duren. In die maanden zet
de verandering zich in gang. Ik ben benieuwd. Wat ik hier
in eerste instantie kom doen, is van die gebroken schouder
te genezen zodat ik binnenkort weer kan optreden.
… Onze dagen zijn gevuld met behandelingen. Iedere morgen
na het doktersbezoek krijgen we een massage en een heet kruidenstoombad,
gevolgd door een ‘modderpeeling'. Het kruidenbad is heerlijk.
Je gaat nagenoeg naakt in een soort sarcofaag liggen. Enkel
je hoofd steekt uit de kist. Warme stoom vult de ‘doos' en
de lucht hangt vol met heerlijke kruidige geuren. Het moet
vreemd zijn voor de eenvoudige bergbewoners die opgeleid
zijn door Guy en die hier in dit centrum werken om halfnaakte
vrouwen te zien. Ik merk dat de ogen in de behandelkamer
regelmatig afdwalen. Toch word je steevast met respect behandeld.
Via Beate komen we te weten dat ze ons ‘witte vel' enorm
bewonderen en dat ze zelfs middelen gebruiken om hun donkere
huid zo bleek mogelijk te maken. Zo zie je maar, velen willen
dat wat ze niet hebben en appreciëren zichzelf niet.
Wij willen bruin zien, zij wit. Na het stoombad krijg je
een heleboel gele klei over je lichaam en je gezicht gesmeerd
waarmee je in de zon gaat zitten drogen. Tot daar zijn de
behandelingen best aangenaam. Maar, de massages! Man man
man, zoiets heb je nooit eerder in je leven meegemaakt. Er
werd ons verteld dat we iedere dag een lymfedrainage kregen.
Voor zover ik daar iets vanaf wist, leek me dat een tamelijk
vriendelijke behandeling. De massage die we hier krijgen
is van een heel andere aard. Guy geeft aanwijzingen aan de
massagetherapeutes omdat dit een vorm van lymfedrainage is
die in het westen en zelfs in India niet gekend is. Ik heb
er maar één uitdrukking voor: ‘the Chinese
torture'. Héél effectief en achteraf gezien
was ik elke keer blij dat ik deze behandeling had gekregen
omdat ze heel je lijf op actief zet: alle kanalen worden
aangesproken om afvalstoffen af te voeren. Je voelt jezelf
letterlijk een ecologisch afvalverwerkend bedrijf na zo'n
massage. Dat is ook de bedoeling. Maar de pijn die ik gevoeld
heb tijdens de eerste keren dat ik behandeld werd! Als iets
heel erg pijn doet bij me begin ik van nature hard te lachen.
Raar, ik weet het, maar dat ben ik. Ik heb die eerste dagen
heel wat afgelachen in de behandelkamer. Alle lymfebanen
in je lijf worden geactiveerd door er hard op te wrijven,
kneden en duwen. De eerste dagen doet het zo'n pijn, niet
omwille van de druk die er wordt uitgeoefend, maar omwille
van de hoeveelheid vervuiling die in je lichaam aanwezig
is. Naarmate de dagen vorderen en je lijf zich zuivert, neemt
de pijn tijdens de behandeling af, alhoewel de druk van de
masserende handen gelijk blijft. Dit is de enige ‘verzorging'
die pijn doet, de rest van de kuur is zachtaardiger.
… De volgende middag lopen we samen naar de rivier. Sinds
een paar dagen ga ik onder een van de watervallen in de wilde
bergstroom staan. Het water is woest en ijs-ijs-ijskoud.
De gesmolten sneeuw van de Himalaya buldert over de keien
en stort zich met volle plezier van de rotsen op weg naar
beneden. Een van die watervallen is ons doel. Drie dagen
na elkaar heeft Guy me al onder die waterval gezet. Je gelooft
niet wat je overkomt als je dat doet. Alleen al in het water
stappen is een belevenis. Het water is zo ongelofelijk koud
dat, had ik een penis gehad, hij nu ik dit maanden later
schrijf nog steeds niet volledig ‘ontkrompen' zou zijn. Toch
is dat niet waar het om gaat bij deze oefening. De bijtende
kou is een onderdeel van het geheel. Eens je je in het water
onderdompelt voel je de kou minder omdat je je concentreert
op de kracht van het water. Het doel is helemaal ín
het neerstortende water te gaan staan en nagenoeg zonder
adem een tijd onder de waterval door te brengen. Je moet
je energie zo omhoog brengen dat het water, dat als kogels
op je neervalt, je geen hersenschudding kan bezorgen. Het
is de bedoeling je over te geven aan de energie van de stroom
in plaats van er tegen te vechten, er één mee
te worden en alles los te laten: zélfs het idee dat
je lucht nodig hebt. Nadien warm je je tot op het bot verkleumde
lijf op in de zon. Guy vertelde me dat dit een heel efficiënte
manier is om angsten los te laten en heel wat ‘spirituele'
kanalen via het lichaam open te zetten. Al geloof je niet
in het spirituele aspect van deze oefening, ze is hoe dan
ook een weldaad voor de kracht van je lichaam. En een sterk
lichaam is een sterke geest. Ik vind mezelf onvoorstelbaar
moedig dat ik dit durf. Alle ‘ijsberenclubs' van Vlaanderen
kunnen hier een poepje aan ruiken.
Als we van het pad afdalen naar de lager gelegen rivier
en aan de rand van het water aankomen, zie ik de koude waterdruppels
opspatten…
… Ik duik onder de waterval en zoek mijn evenwicht in de
hevige stroming. Ik hap naar adem en verslik me. Proestend
kom ik er uit. Ik probeer het opnieuw. Dit maal gaat het
goed. Ik sta met mijn handpalmen tegen elkaar gevouwen onder
het water en adem nauwelijks. Het water dondert op mijn kop
maar ik voel het amper. Ik word door de kracht van de rivier
niet weggesleurd. De tijd verdwijnt.
‘Hoehoe lllllang heb ik er onnnnnder gestaan?' klappertand
ik naar Guy.
Ik ben net uit het water gekomen. Hij reikt me een handdoek
aan.
‘Ongeveer vijf minuten,' zegt hij.
‘Wow, zzzzooooo llllllang?'
Mijn lichaam ziet er van kop tot teen spierwit als wintertenen
uit en de kou is doorgedrongen tot in mijn botten. Ik verwonder
me dat ik het uitgehouden heb onder de waterval. Het leek
zelfs zo voorbij. Ik heb niet eens gemerkt dat het vijf minuten
waren. Ik droog me af en loop achter Guy aan om een plaatsje
uit te zoeken op een rots in het water waar de zon op schijnt.
Als twee salamanders gaan we liggen om op te warmen. Guy
mediteert. Ik denk na. De gedachten duiken een na een op.
… De dag voor we terug naar huis vertrekken, kijk ik in
de spiegel. Mijn gezicht ziet er gezond uit. Ik steek mijn
tong uit en ik zie een ‘roze blad' zonder enige kartel of
grijzige aanslag erop. Een perfecte tong dus. Mijn lichaam
is in opperbeste conditie. Mijn linkerarm plooit zich tot
boven mijn hoofd. Geen pijn. Prima: alles functioneert weer
als normaal, alsof ik nooit een ongeval heb gehad. De kuur
heeft wonderen gedaan. Binnenkort zal ik weer in staat zijn
capriolen te maken alsof er niks aan de hand is. Mijn eerste
optreden is ergens eind april. Tegen die tijd zal ik mijn
krachten volledig herwonnen hebben. Tevreden ga ik naar buiten.
Ik neem de omgeving in me op. Wat is het hier toch een wonderlijke
plaats. Ik zuig mijn longen vol lucht en adem tevreden uit.
Het is goed geweest zo. Tijd om terug naar huis te gaan.
Ik sta stil temidden van die machtige bergen.
Gedachteloos kijk ik om me heen. Ik geniet. |